Is een beetje omkopen erg?
Plus supermarkt is verkozen tot supermarkt van het jaar. “Ze verkopen niet alleen erg lekkere dingen, maar sponsoren ook mijn voetbalclub”, vertelt een klant in de TV-reclame. Hier spreekt een nazaat van de Hollandse koopman: voor wat hoort wat.
Bij het vorenstaande voorbeeld denk je niet onmiddellijk aan omkoping en corruptie. Maar als de klant Jos van Rey had geheten, zou je daar wellicht anders over hebben gedacht. Overigens begrijp je dan mogelijk ook waarom de Limburgse VVD prominent niets snapt van zijn strafrechtelijke veroordeling, die feiten betreft die qua omvang niet veel groter zijn dan de sponsoring van de voetbalclub. Beoordeling van transactie-beïnvloeding blijkt niet eenvoudig.
Stel je bent de accountant van de Plus supermarkten, ben jij dan ook aangeslagen op de voornoemde TV-reclame? Zo nee, dan moet jij jezelf nog eens achter de oren krabben, in de spiegel kijken en NBA Handreiking 1137 opnieuw gaan lezen. Helaas biedt die in dit geval ook niet veel soelaas.
Okay, ik weet dat ik met mijn stellingname wellicht wel heel erg streng lijk, terwijl ik natuurlijk ook wel begrijp dat het met de voetbalclub-sponsoring van Plus wel los zal lopen, vooral ook omdat er bepaalde aspecten van omkoping ontbreken. Waarom ik dit voorbeeld gebruik, is omdat transactie-beïnvloeding zodanig in ons leven is geïntegreerd, dat we niet meer goed beseffen wat het verschil tussen goed en fout is.
Tot zo’n 20 jaar geleden namen accountants hun meest prominente klanten mee naar door hen gesponsorde Olympische spelen of grote voetbaltoernooien, waar ook ter wereld, zonder dat die klanten daaraan zelf een wezenlijke financiële bijdrage hoefden te leveren. Tegenwoordig worden klantactiviteiten beperkt tot een lokaal golfdagje, waarbij de klant niet eens de ter beschikking gestelde golf-set mag behouden, maar hooguit een setje ballen; het is armoede troef. Maar het gaat natuurlijk niet om de omvang van de prestatie, maar om de beïnvloeding en de toelaatbaarheid ervan.
Stel je bent extern accountant en je staat op een receptie met allemaal scheepvaart-bonzen en een klein schattig jongetje serveert drankjes. Als beloning geeft je aanwezige klant het jongetje een fooi van 50 eurocent. Het jongetje snelt naar zijn vader om trots zijn bonus te tonen. Zijn vader is de CEO van een grote containerrederij, die morgen moet kiezen uit twee gelijkwaardige offertes voor 12 binnenvaartschepen. Jouw klant is één van twee resterende aanbieders. Is hier sprake van oneigenlijk beïnvloeding?
We kunnen het er lang over hebben, maar als ‘spoiler’: omkoping vereist instemming van beide betrokken partijen en in casu verwacht ik niet dat de CEO de handelwijze van jouw cliënt heeft beoogd of afgestemd. Ik vrees dat het gebaar van je klant zelfs negatief kan uitpakken, omdat, vanwege het publieke karakter van de gebeurtenis, de CEO zich genoodzaakt kan voelen een ander de opdracht te gunnen.
Omkoping en corruptie zijn een beetje de achilleshiel van onze samenleving. Corrupte samenlevingen worden niet voor niets vaak als ‘failed states’ aangemerkt. In toenemende mate ontwikkelt zich daarom de opsporing en handhaving rond dit thema. Niet iedereen zal zich associëren met het in Nederland gevestigde Airbus dat in 2020 een boete van € 3,6 miljard mocht aftikken vanwege omkoping. Maar als het om douaniers gaat in de Rotterdamse haven, de financiering van politieke partijen, het falen van het openbaar bestuur in Limburg, het zakendoen van SHV-dochters in Saudi Arabië, dan blijkt het velen van ons aan te gaan. Goed om daarom de discussie hierover te blijven voeren, ook als een TV-reclame de aanleiding is, want iedere omkoping kan erg zijn.

Drs. Peter Schimmel RA CFE
NRGD geregistreerd